
De locatie voor het evenement is ietwat ongewoon - men maakt niet iedere dag een boekpresentatie in een voormalige Sovjet- en Nazi-gevangenis mee. Maar Edward Lucas, Oost-Europa- redacteur van het vermaarde Britse weekblad
The Economist, is dolenthousiast over de sinistere plek en zegt dat deze 'goed aansluit op het thema van mijn boek, de nieuwe Koude Oorlog.' De Estse vertaling (
Uus küme sõda) wordt er die witte dag ten doop gehouden.
De
Patarei Vangla (gevangenis) staat aan de rand van Kopli, het noordwestelijke stadsdeel van Tallinn, pal aan zee. Dat laatste is geen toeval. Het complex werd in de periode 1829-1840 op last van tsaar Nicolaas I uit de grond gestampt en moest diens provincie Estland verdedigen tegen militaire invasies. Later werd het fort een gewone kazerne. De regering van Estland vormde het immense gebouw met zijn twee meter dikke buitenmuren na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1918 en het vertrek van de Russische soldaten om tot een gevangenis. Na 1940 sloten zowel de NKVD als de Gestapo er politieke gevangenen op, om deze op de meest fijnzinnige martelmethoden te tracteren. Dissidente en anti-atoomactiviste Lagle Parek werd er, evenals talloze andere 'klassevijanden', in 'de kast' opgesloten, een krap hok, waar zitten noch staan mogelijk was. Als minister van Binnenlandse Zaken zou Parek de gevangenis na het herstel van Estlands onafhankelijkheid sluiten. Het zou nog jaren duren, voordat de laatste gevangenen, echte criminelen ditmaal, naar Tartu waren overgeplaatst. In 2006 werd de Patarei een museum - bezoekers kunnen zich zelfs voor de duur van drie uur laten 'interneren' - en evenementencentrum.
In een schemerige, koude, met journalisten en intimi (waaronder president Ilves en oud-premier en Ruslandhater Mart Laar) gevulde kamer vertelt Lucas - voor een deel in het Ests - dat Rusland nog altijd weigert dat totalitaire verleden onder ogen te zien en zelfs dreigt terug te vallen op zijn Sovjet-praktijken. 'Stel nu dat Nazi-Duitsland tot 1991 was blijven bestaan en tien jaar later een oud-SS-er president was geworden die vervolgens de politiek van het Derde Rijk en de Holocaust was gaan relativeren. Dan zou er enorme paniek in West-Europa en de V.S. zijn uitgebroken', stelt hij tot genoegen van de toehoorders.
'Succesverhaal' Estland prijst Lucas de hemel in - geen woord over de banden die de corrupte Keskerakond-partij van Edgar Savisaar, de burgervader van Tallinn, met het Kremlin onderhoudt - maar over de andere nieuwe EU-lidstaten is hij aanzienlijk negatiever. Tot ergernis van Tomasz Chlon, de Poolse ambassadeur. Lucas relativeert dat zijn kritiek vooral de vorige, ultra-conservatieve regering van Polen geldt, maar blijft erbij dat veel Oost-Europese landen momenteel een fase van stagnatie en instabiliteit doormaken. Tot vreugde van Rusland.
Op een ander punt kunnen Lucas en Chlon elkaar wel de hand reiken: de voorgenomen aanleg van de Russisch-Duitse gaspijpleiding door de Oostzee (
NEGP) is een complete ramp. Prompt draait de ambassadeur zich om naar uw verslaggever: 'Waarom moet Nederland zo nodig meedoen aan die pijpleiding?'
De presidenti
ële beveiliging wordt ongeduldig. Het staatshoofd geeft Lucas een hand - de heren kennen elkaar al twintig jaar - en baant zich een weg door de sneeuw naar zijn gereedstaande limousine. De verroeste ijzeren deur van de kamer gaat weer op slot.
Labels: Estland.