vrijdag 8 augustus 2008

Een politiek-incorrect boek.


Het lijvige boekwerk is ondanks de voor Estse begrippen zeer pittige prijs van 690 Kroon (44 euro) een absolute bestseller. De boekhandels in Tallinn hebben het breed uitgestald. Gezien het onderwerp zou zulks in Nederland evenwel ondenkbaar zijn. Het boek van de hand van historicus, oud-premier en erkend russofoob Mart Laar gaat namelijk over het Eesti Leegion, ook wel bekend als de 20. Waffen Grenadier Division der SS (Estnische Nr.1), een Waffen-SS-divisie die in Estland groot aanzien geniet, omdat zij het Vaderland verdedigde tegen de barbaarse horden van het Rode Leger die Estland in 1940 al eens hadden bezet en geterroriseerd. Vinden althans de Esten. Buurland Rusland, dat zijn Soviet-historie meer dan ooit koestert, ziet de divisie juist als een misdadig gezelschap van Nazi-collaborateurs dat Estlands bevrijding van het fascisme - een geliefde kreet in Rusland - wilde verhinderen.
Een land krijgt van oudsher een ongemakkelijk gevoel bij dit soort typisch Baltisch-Russisch moddergooien: de Bondsrepubliek Duitsland. Uitgerekend dit land heeft nu ook kennis mogen maken met Laars meest recente pennevrucht. De website van de krant Postimees wist te melden dat de politie van Dresden vorige maand acht exemplaren van het boek in beslag heeft genomen. Ze waren aangetroffen in de auto van de Finse neonazi Risto Teinonen, die twee jaar geleden in het nieuws kwam, omdat hij de verjaardag van Adolf Hitler vierde door, gestoken in zwart SS-uniform, een taart met daarop een marsepeinen Nazivlag aan te snijden. Teinonen is overigens herhaaldelijk Estland uitgezet. Hij krijgt nu waarschijnlijk een boete van duizend euro.
Oja, bij aankoop van het boek krijgt u een fraaie CD met Estse (Oostfront-)strijdliederen cadeau.

Labels:

zaterdag 23 februari 2008

Marcheren in Pärnu.


Estland viert feest. Het is namelijk precies negentig jaar geleden dat het kleine land de onafhankelijkheid proclameerde. Drie heren van aanzien die leiding gaven aan het Päästekomitee - 'het Comité van Nationale Redding' - te weten Konstantin Päts, Jüri Vilms en Konstantin Konik, stelden een onafhankelijkheidsverklaring op en lazen deze op 23 februari 1918 voor op het balkon van het Endla Teater in badplaats Pärnu. Dat deden ze de volgende dag nog eens dunnetjes over in Tallinn. Het gezag van Rusland - waar Lenin en zijn kornuiten de macht hadden gegrepen - werd afgezworen.
Helaas was de realiteit een stuk weerbarstiger en ontmoedigender: nog diezelfde 24 februari wandelden Duitse troepen de hoofdstad binnen. Päts werd gevangen gezet, Vilms vluchtte naar Helsinki en kwam daar onder mysterieuze omstandigheden om het leven. Na het vertrek van keizer Wilhelms leger, brak er ook nog eens een oorlog met Rusland uit, de Vabadussõda ('Vrijheids'- of 'Onafhankelijkheidsoorlog'), die zich tot begin 1920 zou voortslepen. Pas daarna zou de internationale gemeenschap Estland als soevereine staat erkennen (Nederland op 5 maart 1921).
De Esten hebben de 24ste februari altijd als nationale feestdag aangehouden. Deze wordt sinds het herstel van de onafhankelijkheid in 1991 weer ieder jaar gevierd. Centraal staan de militaire parade en andere officiële evenementen die overlopen van plechtig, ceremonieel (vlag-)vertoon. Op buitenstaanders als de auteur dezes maakt het echter allemaal een wat oubollige, suffe indruk.
Werd de parade vorig jaar afgelast vanwege de vrieskou, dit jaar vindt ze gewoon doorgang. Om klokslag twaalf uur arriveert president Toomas Hendrik Ilves in Pärnu. 'Goedemorgen soldaten!', roept hij naar de strak in het gelid staande soldaten. 'Goedemorgen, meneer de president!', brullen die in koor terug. 'Een goede Onafhankelijkheidsdag!', roept 'THI' weer, waarop hij de manschappen - geen vrouw te zien - aan een inspectie onderwerpt. Stafchef generaal-majoor Ants Laaneots houdt een veel te lange toespraak, waarin hij de loftrompet steekt over de Estse heldendaden in Irak, Afghanistan en Kosovo (hoe actueel).
De eigenlijke parade kan beginnen. Allerlei eenheden trekken aan Ilves, Laaneots en de hoogwaardigheidsbekleders voorbij, hun vaandel trots in de lucht houdend. Eerst de dienstplichtigen, dan de professionele soldaten, sommigen in 'sneeuw'-uniform, dan de amfibievoertuigen en de trucks met de raketafweersystemen. Dat zal die Russen afschrikken!
Dan is het afgelopen. Het publiek stroomt weg, de supermarkt wacht. Ilves keuvelt nog wat na. Hem wacht morgen de ergste verplichting: de receptie. Iedereen die terzake doet, mag de president en zijn gade een handje komen geven. Ee
n en ander valt drie uur lang live op TV te aanschouwen. Roddelblad Kroonika loopt zich al warm voor de extra editie, waarin de jurken van de dames weer tot in detail zullen worden geanalyseerd.
Na gedane arbeid kan Ilves zich opmaken voor een ander hoogtepunt: de komst van koningin Beatrix.


Labels:

donderdag 20 september 2007

Us Reneke leest Estland de les

Hij kwam, zag, maar overwon zeker niet. René van der Linden, de voorzitter van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, de pan-Europese mensenrechtenwaakhond, en Nederlands staatssecretaris voor Europese Zaken in ruste, deed op 19 september Tallinn aan. Het bezoek van Us Reneke, onberispelijk gekleed als altijd, werd al bij voorbaat overschaduwd door aantijgingen in de Estse media en pittige uitspraken van (conservatieve) politici. De man geldt in Estland als pro-Russisch, omdat hij zich - in de woorden van het Estse parlementslid Marko Mihkelson - anderhalve maand eerder in Moskou voor het karretje van de Russische propagandamachine heeft laten spannen, en niet voor het eerst. Die machine stort al vijftien jaar retoriek over discriminatie van de Russische minderheid in Estland en Letland over de wereld uit. De krant Päevaleht wist op 3 augustus zelfs te melden dat de familie Van der Linden 'zakenbelangen' in Rusland heeft. Ook had de voorzitter kritiek geuit op de verwijdering van het standbeeld van de Bronzen Soldaat.
Het behaagde 'de Nederlandse Schröder' die middag een persconferentie te geven. In aandoenlijk kleuter-Engels (niveau Neelie Kroes) zette Van der Linden op onbescheiden wijze - 'We are the most important organization of Europe' - uiteen dat een verschijnsel als statenloze burgers niet hoort te bestaan in een beschaafd Europees land (eenderde van de Russen in Estland bezit noch een Ests noch een Russisch paspoort). Minister van Buitenlandse Zaken Urmas Paet, ook aanwezig, reageerde lichtelijk geïrriteerd en zei dat Estland juist een hele liberale wet op het staatsburgerschap kent. Van der Lindens betoog nam vervolgens een warrige wending. Plotseling begon hij de Amerikaanse plannen voor de bouw van een raketschild te bekritiseren - wat heeft Missile Defense met mensenrechten te maken? - en sprak hij van 'een opleving van het neonazisme in Estland'. Zijn bron: een brief uit Israel - 'Ik hoef niet alle details te weten'. Kennelijk verkeert de RvE-voorman in de veronderstelling dat de bloeddorstige kaalkoppen dagelijks door de straten van Tallinn marcheren en buitenlanders er hun leven niet zeker zijn. Een Russische journalist glimlachte tevreden. Tot slot kwam ook het hoge woord eruit: 'Ik heb geen belangen in Rusland.' En nee, Gazprom heeft hem nog geen baan aangeboden.
En weg was hij. Op naar Letland.

Labels:

donderdag 6 september 2007

Tips voor reizigers met het openbaar vervoer

Bent u voornemens om dit najaar of de komende winter een tripje naar het pittoreske Tallinn te maken en bent u aangewezen op het openbaar vervoer? Dan volgens hier een paar bruikbare tips:
- Ga nooit achterin de bus of tram zitten. Dit gedeelte is gereserveerd voor zwervers, alcoholici en andere onfris/terminaal uitziende lieden. Sinds de gemeenteraad van Tallinn heeft besloten de verkoop van alcohol na acht uur 's avonds te verbieden - de regel is op 1 augustus jl. in werking getreden - heeft het gilde der drinkebroeders het overdag des te drukker gekregen. Een enkele chauffeur of bestuurder schopt hen eruit, doch de meesten negeren het probleem. Het is namelijk vooral uw probleem.
- Aansluitend op het vorige punt: de stank, geproduceerd door diezelfde vertegenwoordigers van de onderkant der samenleving, is vaak niet te harden. Van sommige luchtjes wist u niet eens dat ze bestonden! Met name in de winter, als de zwervers etc. zich komen opwarmen in het openbaar vervoer, vormt deze cocktail van nare geuren een heuse beproeving voor de meer hygienisch ingestelde reiziger. Stap gerust uit, indien u er onpasselijk van wordt, overdag rijden er bussen en trams genoeg.
- Erger u vooral niet aan de goedkope Russische discoklanken die uit de radio van de buschauffeur klinken. De chauffeur vindt dat de baas dit maar heeft te pikken, anders vertrekt hij/zij ook naar Finland, waar hij/zij veel meer geld kan verdienen.
- Als u van ramptoerisme houdt: geef uw ogen de kost! Esten zijn met vlag en wimpel de minst (sociaal) vaardige automobilisten van Europa, dus aan (bizarre) aanrijdingen cq ongelukken geen gebrek.
- Veel bussen zijn oud. Kijk dus niet vreemd op, als ze opeens brommende, puffende geluiden maken en het vervolgens begeven. Doe als de Esten doen: onderga zulks stoicijns en wacht gewoon op de volgende bus.
En toch: Tallinn blijft een prachtstad.

Labels:

donderdag 2 augustus 2007

Een duur avondje winkelen.

Jevgeni Kazakov is in korte tijd uitgegroeid tot Estlands beroemdste etnische Rus. Veel reden om trots te zijn op deze faam heeft hij nochtans niet: Kazakov - nee, achternamen van verdachten worden in Estland niet afgekort - schitterde daags na de plunderpartijen van 26 april jl. op de voorpagina's van alle kranten en op menig website. Op de desbetreffende foto laat hij, met een vette grijns op zijn gezicht, het resultaat van enkele minuten proletarisch winkelen zien. Gelukkig was Kazakov zijn vriendin niet vergeten: het meest in het oog springend is toch wel het pakje maandverband dat op zijn hand rust. En diefstal maakt dorstig, getuige het flesje Sprite dat hij in zijn andere hand houdt.
Kazakov (21) was een van de honderden Russen die de onlusten welke uitbraken naar aanleiding van de verplaatsing van het Sovjet-standbeeld van de Bronzen Soldaat ('Pronkssõdur') dankbaar aangrepen om de winkels, banken, restaurants en kunstgaleries aan de Pärnu mantee, Tatari, Suur Karja en Endla in het centrum van Tallinn te vernielen en leeg te roven. Heel toevallig bleven 'Vene Trahter', een Russische herberg, 'Vene Juveeliäri' (juwelier) en het Indiase, en onder Russen populaire restaurant 'VS' buiten schot. En wie werkte er als kok in laatstgenoemd etablissement? Juist, Kazakov (daags na zijn 'doorbraak' in de media werd hij ontslagen).
De goedlachse Jevgeni heeft zijn avondje sjoppen duur moeten bekopen. Door de fameuze foto kon hij makkelijk worden getraceerd. Een rechtbank veroordeelde hem begin juli tot een jaar gevangenisstraf, waarvan hij daadwerkelijk twee maanden hoeft uit te zitten, met een proeftijd van 18 maanden. Een glansrijke carri
ère in de horeca kan hij wel vergeten - 'VS' wil hem niet terug hebben, laat een schuchtere serveerster desgevraagd weten. De Indiërs in de keuken doen er het zwijgen toe - de breedsprakige Russische klanten wachten op hun bestelling.

Labels:

maandag 23 juli 2007

De Valli Baar: monumentale Sovjet-kroeg

Het is er warm, het stinkt er naar verschaald bier, zweet en andere, niet nader te noemen substanties en de voltallige cliëntèle moet al vele uren bezopen zijn. De service is traag, tergend traag. Dit tot grote ergernis van een Zweed die zegt al drie kwartier te wachten en nog altijd geen bestelling heeft kunnen plaatsen. Het laat de stoïcijnse, immer in wit hemd en zwarte pantalon geklede barman volkomen koud. Een knokpartij is er geen zeldzaamheid. Uw verslaggever kan zich nog goed voor de geest halen dat twee toch al niet bijster gezond ogende heren na buiten een meningsgeschil uit de wereld te hebben geholpen, met bebloede kop en al weer op hun oncomfortabele barkrukken kropen, om zich aan een reeds gereed staand glas wodka te goed te doen. Alsof er zojuist niets was gebeurd.
De Valli Baar is een instituut in Tallinn. In de kroeg aan Muurivahe, schuin tegenover de Sõprus-bioscoop (een must voor de liefhebbers van stalinistische architectuur), heeft de tijd sinds de opening in 1969 stilgestaan. Het interieur is Sovjet, de bediening is Sovjet en de meeste (stam-)gasten moeten er al sedert de donkere Brezjnev-dagen komen. Reden genoeg voor het stadsbestuur van Tallinn om de bar een beschermde status te geven.
Een ding is wel veranderd. Sinds 5 juni jl. geldt er een rookverbod in de Estse horeca. Met de regelmaat van de klok begeven de nicotine-behoeftigen zich naar het terras (drie tafels groot). Daar heeft de bebaarde huisbard ook plaatsgenomen. Hij zegt net terug te zijn van een 'tournee' door Itaalia en brengt een paar Estse meezingers ten gehore. De liederen laten de inzittenden van de langsscheurende Hummers en andersoortige iets te dure (wie leeft er in Estland niet op de pof?) en van wansmaak getuigende vehikels volkomen koud. De patsers haasten zich naar Moskva of een soortgelijke steriele tent waar je gezien moet worden. Een stukje nostalgie als de kleine Valli Baar staat mijlenver van hun belevingswereld.

Labels:

zondag 20 mei 2007

Mati, de weldoener van Kopli

Mati, de onvermoeibare drijvende kracht achter het Peeleli Kiriku Sotsiaalkeskus (het sociale centrum van de Bethel kerk), moet in de loop der jaren een olifantenhuid hebben ontwikkeld. De afdaling die ik met hem maakte in de laagste regionen van de bikkelharde Estse maatschappij zal namelijk nog lang in mijn geheugen gegrift staan. Een middagje welzijnswerk in Kopli, het noordwestelijke, pal aan zee gelegen schiereiland van deelgemeente Põhja-Tallinn. Als onze spiksplinternieuwe bestelbus – een gift uit Noorwegen – bij het krakkemikkige houten huis arriveert, stuiven er tien kinderen naar buiten. Ze weten dat we voedselpaketten bij ons hebben. In het vieze pand dat al zeven jaar is afgesloten van electriciteit en stromend water, woont een aantal families. Ze zijn statenloos of illegaal. De vloer rot onder hun voeten weg, de zwerfkatten en kakkerlakken houden hen gezelschap. Even verderop, in de Kaevuri-straat, staan huizen vergeleken waarmee het vorige exemplaar een luxe villa is. Geen glas in de ramen, half ingestorte daken, van de drank opgezwollen bewoners die dringend psychiatrische hulp behoeven. Dima, een wat verlegen jongen van twintig, is ooit het ouderlijk huis uitgeschopt en woont al acht jaar in een kamer in een van de panden. Hij begint te huilen als hij een voedselpakket aanpakt. Mati vertelt dat als deze jongen niet snel wordt geholpen, hij waarschijnlijk binnen één à twee jaar dood is – een overdosis, geweld, HIV, TBC? Roept u maar. Eén blok verder treffen we een gezin aan op een bovenverdieping. Esten ditmaal. De man, vrouw en drie kinderen krijgen evenmin een uitkering. Wel kinderbijslag à raison de 900 kroon (ca.60 euro) per maand. Ook hier geen electra en water. Hun behoefte doen ze in een emmer. Een oud Russisch echtpaar woont in een soort kelder. Het plafond is al gedeeltelijk naar beneden gekomen. De stank is niet te harden. De vrouw zegt dat ze lege flessen en metalen bijeensprokkelt. Aan de muur hangt een foto van Enrique Iglesias. Is dit de Europese Unie of Bangladesh? Volgens Mati zijn er Tallinn duizenden van dit soort gevallen, het andere uiterste van vrijemarkt- en draadloos-internetwalhalla Estland. Een uiterste dat de gemiddelde toerist niet snel te zien zal krijgen. Die drinkt liever een biertje op Raekoja Plats. Het laat de regering kennelijk volkomen koud (het verplaatsen van Sovjet-standbeelden is nu eenmaal belangrijker), professioneel sociaal werk staat nog in de kinderschoenen en krijgt nauwelijks geld (Mati moet het hebben van donaties uit Scandinavië, Duitsland en Nederland) en veel mensen aan de onderkant van de samenleving zijn slecht geïnformeerd over hun rechten. ‘Oja, laat ik niet vergeten je handen te desinfecteren’, zegt Mati.

Labels: